dinsdag 29 mei 2007

Wie denkt u wel dat u bent?

Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’ Jezus antwoordde: ‘Wanneer ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat hij onze God is, hoewel u hem niet kent. Ik ken hem. Als ik zou zeggen dat ik hem niet ken, zou ik een leugenaar zijn, net als u. Maar ik ken hem wel, en ik bewaar zijn woord. Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’ De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’ Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen. Joh. 8:53-59

REFLECTIE
Wie denkt u wel dat u bent? De Joden die met Jezus in debat gingen wisten heel goed wie hij beweerde te zijn, maar zij wilden een duidelijk antwoord horen. En dat duidelijke antwoord kregen zij: “Van voordat Abraham er was, ben ik er.” Hier vereenzelvigt Jezus zich met de IK BEN die zichzelf openbaarde aan Mozes in Exodus 3:14. Met andere woorden, Jezus beweert duidelijk dat hij de oneindige, eeuwige God is!
Wanneer zijn tegenstanders goed geluisterd hadden, lieten de woorden die hij even daarvoor had uitgesproken evenmin veel aan de verbeelding over: “Als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.” (v. 24). De reactie die Jezus met deze IK BEN woorden oproept, maakt duidelijk dat zijn tegenstanders precies begrepen wat Jezus bedoelde. Zij waren zo verontwaardigd over deze uitspraken, dat zij hem wilden stenigen wegens godslastering. Maar Jezus wist dat zijn tijd nog niet gekomen was, dat dit nog niet de plaats en het moment was om zijn leven te geven. Daarom verstopte hij zich en wist hij onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.

GEBED
Heer, uw tegenstanders wisten niet waar u vandaan kwam of waar u naartoe ging. U kwam onopgemerkt de tempel binnen en ging op dezelfde wijze weer weg: als een agent op een geheime missie. Maar in de tempel openbaarde u zichzelf en vertelde u uw tegenstanders niets dan de waarheid. En toen u de tempel verliet, verliet de Waarheid de tempel. In feite ging op datzelfde moment de IK BEN de tempel uit!
Dank u voor deze overtuigende openbaring van wie u bent, Heer Jezus. U liet zien dat u de situatie volledig onder controle had en dat alleen uzelf bepaalde wanneer het moment gekomen was om uw leven voor ons te geven. U verscheen en verdween waar en wanneer u maar wilde. Wij geloven en belijden dat u van de Vader kwam en dat u ook naar de Vader bent teruggekeerd. Wij, uw kinderen, zien vol verwachting uit naar uw terugkomst. Ja, kom Heer Jezus en maak opnieuw kenbaar wie u bent!

maandag 21 mei 2007

Werkelijk vrij

Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.
Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat ik zeg. Ik spreek over wat ik gezien heb bij de Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.’ Joh. 8:34-38


REFLECTIE
Het joodse volk is een trots volk. Als afstammelingen van Abraham zijn zij Gods favorieten, zijn uitverkorenen. Johannes schrijft vaak over 'de Joden' en verwijst daarmee naar de religieuze joodse leiders die zich tegen Jezus verzetten. Johannes was een jood, de andere discipelen waren joden en de Heer was een jood (laten we dat niet vergeten!), maar veel volksgenoten verwierpen hem vanwege zijn moeilijke uitspraken en ‘uitzinnige’ claims.
In dit hoofdstuk zijn we getuige van een krachtige confrontatie tussen een groep zelfingenomen mensen en de nederige Dienaar die uit de hemel kwam om zich als de Weg, de Waarheid en het Leven te openbaren. Jezus' woorden waren moeilijk te begrijpen, maar de grootste struikelblokken die zijn toehoorders moesten overwinnen om zijn onderwijs te kunnen verstaan waren hun eigen trots, koppigheid en ongeloof. Alles wat van hen verwacht werd was een houding van nederigheid en oprecht berouw. Maar deze religieuze mensen waren zo verblind door hun valse trots en zo doof door hun geestelijk onbenul, dat zij een arts die hun ogen, oren en hart kon genezen niet eens herkend zouden hebben - al stond hij vlak voor hen!

GEBED
Lieve Jezus, ik wil een zoon zijn van de Vader van de hemellichten en niet een kind van de vader van de leugen. Uw Woord is soms moeilijk te begrijpen, maar toch wil ik u vertrouwen en volgen. Wanneer de waarheid mij in verwarring brengt, wanneer uw woorden van wijsheid mij uitdagen en zelfs verzet bij mij oproepen, dan nog wil ik niet bij u vandaan gaan zoals veel pseudo-discipelen dat deden en doen. Ik heb geduld en nederigheid nodig en ik wil bij u komen met oprecht geloof. Hier ben ik Heer, uw niet-al-te-beste volgeling. Alstublieft, verander mij van binnenuit en vorm mij om tot een echte discipel. Ik wil de waarheid niet vermoorden, ik wil door de waarheid gered, gevormd en bevrijd worden! Ja, waarheid kan pijnlijk zijn als liefde, maar ik heb geleerd dat ik mij aan u kan toevertrouwen, mijn kundige heelmeester. Niet langer wil ik een verloren leven leiden in duisternis, zonde en gevangenschap. Ja, Jezus, ik aanvaard u als de Waarheid en in u ben ik werkelijk vrij!

maandag 14 mei 2007

Zandschrift

Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ Hij bukte zich weer en schreef op de grond.
John 8:6-8

REFLECTIE
Alle ogen waren gericht op Jezus – en normaal gesproken is dat een goede zaak. Niemand had oog voor de vrouw die daar stond, huilend, vernederd, angstig en wanhopig wachtend op het oordeel.
De wet was streng, de wet was duidelijk en dat wist zij waarschijnlijk ook. Volgens de wet moest deze overspelige vrouw gestenigd worden en aan Jezus de eer om het laatste oordeel uit te spreken…
Waarom waren deze mannen zo geïnteresseerd in het oordeel van Jezus? Johannes vertelt ons dat ze hun vraag 'Wat vindt u daarvan?' alleen stelden om Jezus in de val te laten lopen zodat ze hem konden beschuldigen. De hypocrieten waren totaal niet geïnteresseerd in die arme vrouw die zij misbruikten voor hun valse plan.

GEBED
Lieve Heer Jezus, ik ben zo blij dat het laatste oordeel alleen door u uitgesproken zal worden. Wij zouden allemaal net zo bang en wanhopig zijn als die arme vernederde vrouw wanneer de schijnheiligen van deze wereld het laatste woord hadden. Bij u zijn we veilig, want van u ontvangen we pure gerechtigheid, zuivere liefde en genade.
Zie hoe de hypocrieten met de staart tussen de benen afdruipen. Zie de vrouw, opgelucht, bevrijd en in eer hersteld door u, de enige die in de positie is een zuiver oordeel uit te spreken, omdat u zelf zonder zonden bent. Uw vinger wees niet naar haar en uw stem sprak niet om haar te bedelven onder een woordenregen van beschuldigingen. Ik weet niet wat u in het zand schreef, maar ik weet dat u van deze vrouw hield en haar vrijsprak met woorden van vergeving en genade: ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’ Zo spreekt mijn Heer!

zondag 6 mei 2007

Iedereen stond versteld

Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven. Joh. 7:37-39


REFLECTIE
Ik moet mezelf beperken en geef daarom een kort citaat uit dit prachtige bijbelhoofdstuk, maar lees deze teksten in hun verband wanneer je uitgedaagd, geïntrigeerd en geïnspireerd wilt worden door het Woord van God!
Jezus had tegen zijn broers gezegd: "Gaan jullie maar naar het feest; ik ga niet, omdat de tijd voor mij nog niet rijp is."
De Heer wist dat zijn vijanden erop uit waren hem te pakken te nemen. Hij wachtte op het juiste moment en verraste hen met zijn plotselinge komst. Iedereen was stomverbaasd en diep onder de indruk van zijn kennis en onderwijs. Ja, daar stond hij, de beloofde Messias, omringd door zijn vrienden en vijanden. Hij eiste hun aandacht op en trad hen direct tegemoet. Wat een Heer hebben wij!

GEBED
Lieve Jezus, ik houd van u. Ik kan me gewoon niet voorstellen hoe het voor u geweest moet zijn om tussen de zondaren te leven. Ik weet natuurlijk wel hoe het is om in een zondige wereld te leven, want ik maak daar zelf deel van uit en voel me er thuis. Maar u kwam uit de hemel en u bent perfect, puur, heilig! En ik denk dat uw vijanden juist door uw volmaaktheid uw aanwezigheid niet konden verdragen. Deze zelfgenoegzame mensen hadden er een hekel aan om de waarheid over zichzelf te horen, maar nu werden zij te kijk gezet en keken zij de Waarheid recht in de ogen. Uw vijanden konden u niet uitstaan. Zij vormden een zielig stel verloren mensen die niet tot u, de bron van leven, wilden komen om gered te worden.
Maar er waren gelukkig ook mensen die u wel herkenden als de Messias en wat moeten zij onder de indruk geraakt zijn van uw woorden!
U liet iedereen versteld staan door uw onverwachte komst en publieke verkondiging van de waarheid tijdens dat loofhuttenfeest, en u koos exact het goede moment uit om luidkeels uw oproep te doen: "Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!" Dat vind ik prachtig! Ja, het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond*, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader... Ik houd van u, Jezus. Of had ik dat al gezegd?

* Het Loofhuttenfeest is het tabernakel-feest. In Johannes 1 staat dat het Woord onder ons getabernakeld heeft, dat wil zeggen: het Woord heeft bij ons gewoond als in een tent / loofhut!

maandag 30 april 2007

Laat je niet van de wijs brengen

Daarna trok Jezus door Galilea; in Judea wilde hij niet komen, omdat de Joden daar hem wilden doden. Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest, en daarom spoorden Jezus’ broers hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat je doet. Niemand doet toch iets in het geheim als hij bekend wil worden. Als je dit soort dingen doet, laat je dan zien aan de wereld.’ Ook zijn broers geloofden namelijk niet in hem. Johannes 7:1-5

REFLECTIE

Eis je plek op! Maak jezelf bekend! Laat je zien aan de wereld zodat iedereen ontdekt hoe geweldig je bent!
Sommige mensen zijn heel erg ambitieus. Zij willen graag midden in de belangstelling staan en gerespecteerd of bewonderd worden door de massa. En als deze eerzuchtige mensen zelf niet over de eigenschappen of kwaliteiten beschikken om bekend te worden, dan projecteren ze hun ijdele hoop in veel gevallen op iemand anders. Mensen worden vaak door anderen op een voetstuk geplaatst zodat ze daar later vanaf kunnen vallen. Wanneer deze door onszelf opgerichte idolen niet spontaan ten val komen, dan helpen we hen graag een handje. Zodra onze sterren gevallen zijn, kunnen we onszelf weer wat beter en belangrijker voelen.
Op het eerste gezicht waren de woorden van Jezus' broers niet kwaad bedoeld. Maar Johannes benadrukt dat zelfs zij niet in Jezus geloofden. Waarom wilden ze dan dat hij naar Judea ging als dat zo'n levensgevaarlijk gebied voor Jezus was? Wisten ze dat niet? Of kon het hen gewoon niets schelen?

GEBED
Lieve Jezus, het is zo'n voorrecht om uw Woord te mogen bestuderen en meer over u te leren. Het is intrigerend om te zien hoe u wijselijk de adviezen negeerde van mensen die u alleen maar wilden manipuleren. Ik denk dat velen van hen heimelijk hoopten dat u zou vallen en falen. Maar u liet zich niet leiden door de massa. U gaf niet toe aan verleidingen en u was er niet op uit om zoveel mogelijk indruk op mensen te maken. Voor u was alleen de wil van de Vader heilig.
Het is zo treurig dat veel mensen alleen bij u kwamen om nog meer tekenen en wonderen te kunnen zien. Zij waren onder de indruk van uw gaven, maar ze waren totaal niet geïnteresseerd in Degene die ons met zoveel rijke zegeningen overlaadt.
Alstublieft, Heer Jezus, maak mij meer als u. Ik wil uw aanwijzingen volgen en geen aandacht schenken aan al die andere stemmen die mij alleen maar in verwarring willen brengen. Ik wil niet mijn eigen agenda of die van andere mensen volgen. Ik wil alleen geleid worden door uw wil.

zondag 22 april 2007

Naar wie zouden we moeten gaan, Heer?

Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar hij eerst was? De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is Geest, en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren. ‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’ Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee.
Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent.’
John 6:60-69

REFLECTIE
Veel leerlingen keerden zich van Jezus af nadat zij deze woorden gehoord hadden: "Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken."
Ik denk dat veel van Jezus' zogenaamde volgelingen geen idee hadden waar hij het hier over had. Zelfs voor ons, mensen die leven in de periode na Christus' offerdood aan het kruis, zijn deze vreemde uitspraken niet eenvoudig te begrijpen.
Aangezien Jezus hier in de synagoge sprak, is het aannemelijk dat deze woorden zijn bijdrage vormden aan de discussie die gewoonlijk plaatsvond na het voorlezen van de Schrift. Op deze wijze probeerde men samen de juiste lezing en uitleg vast te stellen.
Jezus merkt dat zijn volgelingen (niet beperkt tot de twaalf discipelen) boos en gepikeerd waren. Waarschijnlijk vatten zij zijn woorden letterlijk op en dachten zij dat ze daadwerkelijk geacht werden zijn vlees te eten en bloed te drinken. Zelfs nadat Jezus heeft uitgelegd dat zijn woorden Geest en leven zijn, keren veel leerlingen hem de rug toe. Zij vonden Jezus' uitspraken kwetsend en schandalig…

GEBED
Lieve Jezus, het lijkt erop dat u uw ware volgelingen selecteerde uit een grote groep oppervlakkige fans. U probeerde niet een massale aanhang te krijgen en u was er zeker niet op uit om een aardse revolutie te ontketenen. Uw trouwe discipelen heeft u eigenhandig uitgekozen en daarbij liet u zelfs Judas tot de kring van getrouwen toe.
U vraagt dat wij het kruis omarmen en onze verlossing uitsluitend van u verwachten. Vandaag begrijpen wij wel dat u verwees naar uw kruisdood, maar het is nog altijd moeilijk om de verlossende boodschap van uw plaastvervangende offer door te geven aan onze tijdgenoten. Velen van hen keren u ook de rug toe, omdat uw onderwijs onmogelijk met het menselijk verstand te begrijpen is. Help ons alstublieft om uit te leggen dat geloven begint met het overgeven van ons hart en ons verstand. Ja, u beveelt ons deze schokkende, onverklaarbare en schandalige boodschap van het kruis door te geven – en dat is niet bepaald een eenvoudige opdracht. Maar wij weten dat u bij ons bent en wij willen uw gehoorzame, toegewijde discipelen zijn. Wij willen u volgen, niet omdat het evangelie gemakkelijk te begrijpen of uit te leggen is, maar omdat wij van u houden en geloven dat u de Waarheid bent. Nee, wij willen niet bij u weggaan! Samen met Petrus zeggen wij: "Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent."

zaterdag 14 april 2007

Het ware brood uit de hemel

Toen vroegen ze: ‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen? Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Johannes 6:30-35

REFLECTIE
De mensen die gezien hadden hoe Jezus een paar broden en vissen had vermenigvuldigd om een massa mensen te voeden, wilden hem koning maken. Maar Jezus trok zich terug op de berg, alleen.
's Avonds vertrokken zijn discipelen met de boot naar Kafarnaüm. Jezus had zelf geen boot nodig. Hij besloot naar de overkant te lopen en maakte daarbij geen omweg!
De mensen konden maar geen genoeg van Jezus krijgen. Niet dat ze hem echt wilden volgen, nee - zij volgden slechts hun eigen agenda's. Hun manier van volgen leek meer op belagen: hinderlijk achternazitten en voor de voeten lopen! En net als obsessieve stalkers gaven zij niet zo gauw de moed op. Toen zij Jezus niet konden vinden, besloten zij eveneens naar Kafarnaüm te gaan. De volgende dag komen zij Jezus daar inderdaad tegen, maar hij bestraft hen en zegt dat ze alleen maar komen omdat ze een gratis maaltijd willen hebben.

GEBED
Lieve Jezus, ik houd van u. U bent de Enige die ik echt nodig heb. Ik dank u voor alle zegeningen en wonderen in mijn leven, maar bovenal dank ik u omdat u het ware brood uit de hemel bent. U kwam als heilig manna naar beneden en wij moeten eerst neerbuigen voordat wij uw zegeningen tot ons kunnen nemen. U geeft ons kracht voor elke nieuwe dag.
Ja, al uw woorden zijn waar! Omdat u zo genadig bent, zijn wij nog in leven! Uw ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt u nieuwe weldaden – veelvuldig blijkt uw trouw! *
Heer, help ons alstublieft om volledig gericht te zijn op u en op hetgeen u van ons vraagt. Ik vertrouw erop dat u ons telkens weer zult zegenen, maar breng ons daarbij steeds in gedachten waarom u gekomen bent en leer ons om echte volgelingen van u te zijn.
* Klaagliederen 3:22-24

maandag 9 april 2007

Zodat er niets verloren gaat

Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen. Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’ Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’ Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden. Toen iedereen volop gegeten had zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’ Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten. Johannes 6:5-13

REFLECTIE

Arme Filippus. Hij heeft een Meester die alles weet en alles kan, maar nu vraagt hij toch echt om het onmogelijke. “Vriend, zit er nog een beetje rek in ons budget? Denk je dat we nog wat geld over hebben om deze massa hongerige mensen te voeden?”
Filippus zucht. Zelfs met acht maandsalarissen zou het niet lukken om elk van deze mensen een enkel hapje te geven! Deze uitdaging is gewoonweg te groot, zelfs voor een trouwe, toegewijde leerling.
Gelukkig heeft Andreas een helder idee. Hij heeft de voorraad geïnventariseerd. Ha, goed nieuws! Andreas heeft een kleine jongen gevonden die zijn lunchpakketje wel wil delen. Wat kunnen we daarmee doen? Eens denken, als je vijf gerstebroden en twee vissen deelt door vijfduizend, dan… Nou ja, waar zijn we eigenlijk mee bezig? Dit is een belachelijk idee!
Oké, laten we dan proberen om dit samen op te lossen. Eens even rustig nadenken. Wat hebben we hier... een mensenmenigte en heel veel gras. Maar daar kunnen we alleen schapen een plezier mee doen. Wat hebben we nu echt nodig? Een machtige Meester die zijn zegeningen in een handomdraai vermenigvuldigt terwijl zijn verbouwereerde en hopeloos verdeelde leerlingen een beetje mogen assisteren bij de voedseldistributie.

GEBED
Lieve Jezus, soms lijkt het er wel op dat u het gewoon leuk vindt om ons voor een onmogelijke taak te stellen. Hoe kunnen we ooit alle individuele mensen op deze planeet bereiken? We voelen ons radeloos en machteloos en staan soms bijna op het punt de opdracht aan u terug te geven. Toch is dit precies wat u van ons vraagt: “Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend!”
Als ik denk aan de menskracht, het materiaal en de financiële middelen die we hiervoor nodig hebben, begin ik niet eens aan dit werk. Misschien kan ik deze levensgrote uitdaging beter in uw machtige handen geven? Gebruik ons Heer om niet een paar bevoorrechten, maar alle mensen te eten te geven. We rekenen erop dat u opnieuw het onvoorstelbare zult doen om dit mogelijk te maken. Daarom bieden we u dankbaar onze lunchpakketjes aan zodat u onze bescheiden bijdragen wonderlijk kunt vermenigvuldigen.

zondag 1 april 2007

De hemel is een geschenk, geen verdienste

U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij, maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. Joh. 5:39,40

REFLECTIE
We kunnen zo gericht zijn op bijbelstudie en het verkrijgen van kennis dat we vergeten dat geloven allereerst een kwestie van luisteren en vertrouwen is. Natuurlijk moeten we in ons leven veel verstandige beslissingen nemen, maar de belangrijkste keuzes over liefde en leven maken we toch vooral met ons hart.
Net als de joodse leraren van de wet gaan we vaak op zoek naar aanwijzingen en proberen we de grote geloofskwesties in stukjes te breken om er wijs uit te kunnen worden. Maar als we zo te werk gaan, vergeten we dat ons geloof ons met de grootste mysteries van het leven en met Gods eeuwige wijsheid confronteert. We kunnen deze dingen slechts bezien vanuit een heel beperkt, mensenlijk perspectief. Waarom vinden we het toch zo moeilijk om ons gewoon aan Jezus over te geven en waarom kunnen we niet eenvoudig accepteren dat hij de enige bron van leven is? Kom bij Jezus met een berouwvol hart, vraag hem om vergeving, aanvaard zijn geschenk van genade en eeuwig leven. De hemel is een geschenk, geen verdienste. Je hoeft alleen maar 'Dank u, Heer Jezus!' te zeggen en de deur zal voor je opengaan.

GEBED
Lieve Heer, u gaf ons verstand en een wil om keuzes te maken. Er zijn zoveel goede dingen die wij met onze hersenen kunnen doen, maar vaak gebruiken we ons verstand vooral om te piekeren en wakker te liggen over relatief onbelangrijke dingen. Hier gaat het ten diepste om: u nam al onze schulden en droeg ze weg aan het kruis. Ik geloof met heel mijn hart dat u de dood verslagen hebt door na drie dagen uit het graf op te staan. Ik geloof dat u de Zoon van God bent en dat u alleen ons eeuwig leven kunt bieden. Diep in mijn hart heb ik een keuze gemaakt, ik heb mezelf overgeven aan uw liefde en ik wil u vol vertrouwen volgen. Begrijp ik dan altijd hoe u werkt? Nee, dat doe ik niet. Maar ik geloof dat Gods wegen hoger zijn dan mijn wegen en ik vertrouw u als mijn levensgids. Help me om andere mensen over u te vertellen; laat velen van hen hun harten openen voor uw boodschap van liefde zodat ook zij uw geschenk van genade en eeuwig leven mogen ontvangen!

maandag 26 maart 2007

Het is een feit!

Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.
Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven.
Johannes 5:24,25

REFLECTIE
De Waarheid verkondigt de waarheid - Geen twijfel aan mijn Heer Jezus Christus! Vandaag ga ik in vast vertrouwen op weg. Ik heb de woorden van mijn Heer verstaan en ik geloof dat Hij de absolute waarheid over zijn Vader verteld heeft. Ik ben niet perfect in de ogen van andere mensen en ik weet dat ik verre van volmaakt ben in mijn eigen ogen. Mijn hart blijft mij vaak veroordelen, maar God is veel groter dan mijn hart en ik ben geheiligd in Christus. Ik sta op Gods beloften en ben niet te trots om zijn geschenk met beide handen aan te nemen. Vandaag wil ik een levend bewijs van genade zijn: Jezus leeft in mij!

GEBED
Ja, Vader, het is een feit! Uw Zoon sprak de waarheid en niets dan de waarheid. U hebt hem de woorden gegeven en de autoriteit om de waarheid daarvan met kracht te onderstrepen. Alsof zijn uitspraken al niet indrukwekkend genoeg waren, deed Hij wonderen om de laatste sporen van twijfel weg te nemen. Met mijn hele hart geloof ik in zijn kracht en ik heb het wonder van nieuw leven ontvangen. Heer, geef me het vertrouwen om te blijven staan op uw beloften; geef me de zekerheid dat U mij niet veroordeelt, geef me de overtuiging dat mijn ziel al veilig aan de andere kant van de grote kloof is aangekomen. Het is nog slechts een kwestie van tijd en dan zal alles hersteld zijn. Terwijl ik wacht op de vervulling van al uw beloften, zie ik de voortekenen van de eeuwige glorie die op ons wacht. Ja, ik zie uit naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar gerechtigheid woont!

maandag 19 maart 2007

Wachten op het wonder

Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden.
Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Johannes 5:1-9

REFLECTIE
‘Wilt u gezond worden?’ Lieve Jezus, waarom stelde U zo'n merkwaardige vraag? U zag deze invalide man daar liggen en U wist hoe lang hij al ziek was - welk antwoord verwachtte U van hem te horen? Natuurlijk wilde die arme kerel beter worden! Er moet iets zijn wat ik over het hoofd zie, er moet een of ander geheim verborgen liggen in uw vreemde vraag… Hoe dan ook, ik vertrouw erop dat uw woorden liefdevol en vriendelijk klonken, want zo ken ik U!
Ik kan deze vreemde dialoog alleen begrijpen wanneer ik me verplaats in de situatie van de verlamde man. Als ik me probeer voor te stellen hoe het moet zijn om zo lang op een wonder te wachten, kan ik begrijpen dat je er uiteindelijk niet meer in gelooft. Maar deze eenzame, zieke man had geen keuze – hij kon alleen nog hopen op een dubbel wonder. Eerst had hij een medemens nodig die hem in het badwater zou laten zakken wanneer dit in beweging kwam; daarna had hij een wonder van God nodig om in dat water te genezen. Realistisch gezien is zo'n gecombineerd wonder niet te verwachten. Maar daar ligt de man, wellicht nog altijd hopend op een wonder, misschien alleen berustend in zijn hopeloze situatie. Wie weet had hij de moed al lang geleden opgegeven en had hij zich geschikt in zijn lot. En plotseling bent U daar: God-in-mens die naar hem omziet...

GEBED
Lieve Jezus, zonder uw genade ben ik een hopeloos geval. Ik hoef U niet te vertellen hoe uitzichtloos mijn situatie is, want dat weet U wel. Toch stelt U mij deze pijnlijke vraag: ‘Wil je gezond worden?’ Welk antwoord verwacht U van me, Heer? Ik ben niet te trots om mijn hulpeloosheid toe te geven. Ik ben reddeloos verloren zonder U! Ja, Heer, ja! Ik wil graag bevrijd worden van de verlammende zonde die mij gevangen houdt! Laat mij niet kansloos achter, zoals mijn medemensen doen die geen raad meer weten met mijn situatie. Zie naar mij om Heer, vraag naar de bekende weg, breng het water van genezing in beweging en red me door uw genade!
Heer, ik wil de moed niet opgeven en mijn droom niet loslaten. Ik geloof nog altijd in een perfecte wereld, ik geloof nog steeds dat we op een dag allemaal volledig genezen zullen zijn. Wat een dag zal dat zijn! Tot het zo ver is, vraag ik U om onze kracht te herstellen, onze hoop te vernieuwen, onze geest te versterken en - dat is het allerbelangrijkste - onze verloren zielen te redden!

zondag 11 maart 2007

Geloof Hem op zijn woord

Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar hij van water wijn had gemaakt.
Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen. Jezus zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’ Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’ ‘Ga maar naar huis,’ zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg. En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was. Hij vroeg hun sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’ De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had ‘uw zoon leeft’. Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten. Dit deed Jezus toen hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken. Johannes 4:46-54

REFLECTIE
Volgens Johannes was de genezing van de zoon van de hoveling Jezus' tweede wonderteken. Het eerste wonder verrichtte Jezus tijdens de bruiloft te Kana, waar hij water in wijn had veranderd. Johannes wijst met nadruk op deze wondertekenen, omdat we gemakkelijk onder de indruk komen van spectaculaire gebeurtenissen, terwijl we voorbijgaan aan het doel en de diepere betekenis van dergelijke wonderen.
Sta eens stil bij de eerste reactie die Jezus geeft wanneer de hoveling hem aanspreekt. Deze wanhopige vader was van Kafarnaüm naar Kana gekomen om Jezus uit te nodigen voor een bezoek aan zijn huis, om daar zijn doodzieke zoon te genezen. Jezus zei tegen hem: “Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet.” Vergeet niet dat deze woorden in het juiste verband gelezen moeten worden. Jezus was zojuist teruggekeerd uit Samaria, waar de mensen hem hadden aanvaard als de Christus, de Redder van de wereld. Maar in dit gebied, in zijn eigen thuisland, werd Jezus door zijn Galileese volksgenoten niet geaccepteerd. Jezus werd in zijn vaderland niet geëerd – men wilde alleen een wonder zien of een spectaculaire schoonmaakactie meemaken, zoals in de tempel. Maar deze keer gebeurt het wonder buiten het gezichtsveld van de nieuwsgierige menigte. De bezorgde vader geloofde Jezus op zijn woord en vertrouwde erop dat de Heer zijn zoon op afstand kon genezen, gewoon door te zeggen: “Ga maar naar huis. Uw zoon leeft.”

GEBED
Trouwe Heer, dank u voor dit prachtige geloofsgetuigenis van een vader – we weten niet eens hoe hij heet – maar u verhoorde zijn gebed zonder de op sensatie beluste toeschouwers een aanleiding te geven om alleen maar over u te praten. Soms raakte u mensen aan, soms probeerde zij zo dicht mogelijk bij u in de buurt te komen om aangeraakt en genezen te worden – maar in dit geval verrichtte u een wonder op afstand. Vandaag kunnen wij niet lichamelijk bij u in de buurt komen, maar wij willen uw aanwezigheid zoeken met het oprechte geloof van deze vader. Wij vertrouwen erop dat u nog steeds wonderen op afstand kunt doen en dat u onze zuivere motieven herkent wanneer wij u benaderen met een eerlijk gebed. Wij kunnen u niet zien met onze menselijke ogen, maar we weten dat we u nog altijd op uw woord kunnen geloven.

zondag 4 maart 2007

Vergeet je waterkruik

De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. Johannes 4:28-30

REFLECTIE
Ik moet nog zoveel doen. Mijn hoofd loopt over van belangrijke zaken en mijn agenda staat vol met afspraken, vergaderingen, verplichtingen. Soms word ik zo moedeloos van dat gejaag en gezwoeg - er zijn dagen dat ik alles van me af wil gooien; dagen dat ik neer wil ploffen om de drukte te vergeten en even niets meer te moeten!
Wie zit daar bij de bron? Zal ik hem aanspreken? Zal hij de tijd en moeite nemen om naar mij te luisteren?
Jazeker - ik vertrouw hem. Hij hoeft maar iets te vragen en ik stort mijn hele hart bij hem uit. Leeg ben ik, volkomen uitgeput. Maar hij heeft me door - en het vreemde is: zijn aanwezigheid en woorden zijn niet bedreigend maar bevrijdend! Ik kies ervoor om hier neer te knielen. Alles weet hij, alles mag hij van me weten. Niets is nu belangrijker - ik kom op verhaal bij mijn Redder en Heer en zie de weerspiegeling van zijn hemelse schoonheid door mijn tranen heen.

GEBED
Dank u, lieve Jezus. Ik mag eerlijk zijn en hoef voor u niets geheim te houden. U luistert aandachtig en bevestigt wat ik diep in mijn hart al weet: ik ben verkeerd bezig. Toch verdrinkt u mij niet in een woordenvloed van veroordeling, maar spoelt u mij schoon met een verkwikkend bad van vergeving. Nog nooit heb ik me zo bevrijd en vervuld gevoeld!
Wat zou ik me nog druk maken? Uw woorden zijn zo hemels, dat ik los kan komen van al die aardse dingen die nog maar kort geleden van levensbelang leken. Uw liefde werkt zo genezend, dat ik me niet langer in kan houden! Na zo'n bad van liefde moet ik wel overeind komen, alles achterlaten en anderen gaan vertellen dat de Redder gekomen is. U bent mijn onuitputtelijke bron van vergeving, blijdschap en vrede en iedereen mag dat weten!

Vergeet je waterkruik
Vergeet je waterkruik
Wie denkt nog aan drinken
Als de Levensbron Zelf
Met woorden van liefde
Je hart heeft gevuld?

Vergeet je waterkruik
Nu gaat het om jou, vrouw
Loop over van blijdschap

Verlies je beheersing
Verdrink elke traan

Vergeet je waterkruik

Blijf niet langer zitten
Hij Zelf richt je op
Je hart is genezen
Gevuld tot de rand


Vergeet je waterkruik
Wat heb je nog nodig?
Ren naar de stad
Vertel alle mensen

De Redder is hier!

zondag 25 februari 2007

Hoezo onbereikbaar?

Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ Johannes 4:7-10

REFLECTIE
Op een ongebruikelijk tijdstip - terwijl iedereen beschutting zoekt tegen de genadeloos brandende zon - komt een Samaritaanse vrouw bij de bron van Jacob om water te putten. Het is op deze plaats geen probleem dat ze Samaritaans is, maar het feit dat ze op relationeel gebied niet van onbesproken gedrag is - dat zorgt er wel voor dat ze hier liever alleen komt. Als iedereen weg is, lijkt het veilig voor haar om water te gaan halen. Maar waarom zit die Joodse man daar nou nog in de schaduw en wat wil hij van haar? Water? Zelf heeft hij niets bij zich waarmee hij uit deze diepe bron kan putten. Of toch? Ziet hij misschien kans om door te dringen tot haar diepste eenzaamheid en onpeilbare schuld? Kan hij haar verborgen behoeften bereiken met zijn onvoorwaardelijke liefde?

GEBED
Lieve Heer, ik wil geen mens uitsluiten, maar stiekem doe ik dat toch. Het spijt me. Soms sluit ik mezelf ook af van uw bron van liefde, omdat ik me te beschaamd, te schuldig of onwaardig voel om in uw nabijheid te zijn. Maar nu zit u daar en vraagt u mij om een eenvoudige gunst. Met alle plezier, Heer. Wat kan ik voor u doen?
Ik wil graag net zo politiek incorrect zijn als u, Jezus. Ik wil geen mensen negeren of uitsluiten, ik wil niet blind zijn voor hun gevoelens van schaamte of afwijzing. Ik wil doordringen tot hun diepere behoeften aan geborgenheid en acceptatie. Ik kom nu wel bij u Heer, maar ik heb niet eens een lege emmer meegenomen. Sufferd die ik ben. Maar ik heb wel een bodemloze put - een diep verlangen dat alleen door u kan worden vervuld. Kom alstublieft en stort uw liefde in mijn ziel, zodat mijn hart zal overlopen van bewogenheid voor mensen die afgeschreven en afgewezen zijn. Ja, geef me liefde voor de mensen die u zo graag wilt dienen en redden.

zondag 18 februari 2007

Hij moet groter worden en ik kleiner

Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’ Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner. (Johannes 3:25-30)

REFLECTIE
Johannes de Doper had beleefd een stapje terug gedaan toen hij zijn Messias zag. Als baby was hij al in de moederbuik van blijdschap opgesprongen vanwege zo'n bijzondere ontmoeting - en als volwassen man kent hij eveneens zijn plaats. Jezus is Heer, dat geldt ook voor Johannes de Doper! De vriend van de bruidegom moet niet proberen alle aandacht op zich te vestigen, de vriend van de bruidegom is gewoon blij dat hij van de partij mag zijn. Johannes staat te luisteren als Jezus spreekt, Johannes staat te stralen als Jezus schijnt... Als dat zijn Heer groot maakt, wil Johannes best kleiner worden. Letterlijk zelfs, als dat moet.

GEBED
Heer, wat laat U ons toch veel zien door uw prachtige Woord en wat laat u ons genieten van prachtige mensen, kinderen van U! Johannes de Doper, een ruwe verschijning met een verfijnd hart - wat een getuige van zijn Heer! Hij vond het geen probleem dat de mensen bij hem vandaan gingen om naar zijn Meester over te lopen. Hoe meer zielen bij Jezus, hoe meer vreugde bij Johannes! Jezus moet groter worden en ik kleiner. Dat is ook mijn gebed, Vader. Laat mij maar reflecteren, beschijn mij met uw Licht.

maandag 12 februari 2007

Water en Geest

‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’ Johannes 3:5-8

REFLECTIE
Het zijn niet de evangelisten of televisiedominees die bedacht hebben dat een mens opnieuw geboren moet worden. Jezus - de Zoon van God - heeft dit ons verteld. Kun je zijn boodschap negeren? Opnieuw geboren worden... hoe moeilijk kan dat zijn? Ik kan me, net als Nikodemus, niets herinneren van mijn eerste geboorte. Ik zie, net als deze religieuze Joodse leider - geen kans om voor de tweede keer de moederschoot binnen te gaan om als kleine baby terug te keren. Je kunt wel zien dat Nikodemus een Farizeeër was. Hoezo? Omdat hij alles zo letterlijk nam. Jezus maakt duidelijk dat de tweede geboorte een geestelijke zaak is. En net als bij je eerste geboorte, moet je het laten gebeuren. Geef jezelf over, durf heel klein te worden en laat Gods Geest je de nieuwe levensadem inblazen!

GEBED

Vader, hoe moeilijk kan het zijn? Ik dank U dat ik opnieuw geboren ben. Dat is gelukkig niet mijn werk geweest, maar alleen het werk van uw Geest. Ik ben uw gewenste kind, het was niet mijn keuze dat ik voor de eerste keer geboren werd. U bent mijn liefhebbende Vader, het is wel mijn keuze om mijn leven opnieuw aan U toe te vertrouwen. Grote Verlosser, op dit moment vraag ik U: laat ieder die dit leest klein worden voor U en deze keuze maken om voor de tweede keer geboren te worden; dit keer door het reinigende badwater van uw vergeving en door de krachtige inblazing van uw Heilige Geest. Amen!

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Johannes 3:16

zaterdag 3 februari 2007

Omarming

Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende, en niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omgaat. Johannes 2:23-25

REFLECTIE
Jezus deed spectaculaire tekenen en de mensen konden gewoon hun ogen en oren niet geloven. Was het vreemd dat men massaal achter Hem aanliep? Jezus was een echte wonderdoener en keer op keer deed Hij iedereen versteld staan door zijn ongehoorde woorden en ongekende daden. Ja, ik geloof dat Jezus heel veel volgelingen had. Of moet ik zeggen: bewonderaars? Want wat bleef er over van deze grote fanclub toen de held weigerde om mee te spelen in hun Superstarfilm? Waar bleven zij toen Hij zijn leven wilde geven voor een hoger doel dan een aards koninkrijk?
GEBED
Lieve Heer, uw pijnlijke vraag -"Willen jullie ook soms weggaan?" - klinkt na in mijn oren en raakt mij in mijn hart. Ik wil niet slechts een bewonderaar zijn, ik wil U daadwerkelijk volgen. Ja, ik weet dat dit betekent dat ik uw kruis moet opnemen en dat sommige mensen me uit zullen lachen, bespotten en zelfs haten. Dat is dan maar zo. Heb ik een andere keuze, Heer? Ik kan niet zonder uw woorden van eeuwig leven. Ik weet dat U mijn getuigenis niet nodig hebt, maar ik wil deze wedloop afleggen tot de eindstreep waar ik U zien zal met uw armen wijd uitgestrekt. Deze keer om mij te omarmen.

zaterdag 27 januari 2007

Grote schoonmaak

Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ Johannes 2:14-16

REFLECTIE
Laten we vandaag eens eerlijk binnen kijken in onze kerken, in onze huizen, in onze harten en in ons hoofd… We kunnen proberen om zaken onder het kleed te vegen, trachten de bewijslast te vernietigen en misschien kunnen we daar een paar mensen mee bedriegen. Maar voor Degene die ons hart doorgrondt, die alles van ons weet, blijft niets verborgen. We kunnen het geheugen van onze computer wissen, maar ook dat zal niets helpen want Iemand houdt alles zorgvuldig bij en hij kijkt dwars door onze rookgordijnen heen en ziet recht in ons hart.
Wat Zou Jezus Doen met onze puinhopen? Nou, daar kunnen we maar op één manier achter komen. Laten we hem uitnodigen om onze slechte verlangens uit te drijven, laat hij onze onheilige gedachten krijgsgevangen maken, en laat hij onze wil zo veranderen dat we ernaar verlangen te doen wat de Vader wil.
Gesteld dat je broers en zussen je gedachten konden lezen. Stel je voor dat je voorganger je geheugen zou kunnen downloaden en dat hij al je geheime gedachten en verlangens komende zondag op een groot scherm in de kerk zou kunnen projecteren... Een doodenge gedachte, vind je niet?

GEBED
Lieve Heer, ik ben een zondaar en ik moet mezelf beschermen tegen de geestelijke machten die mijn leven willen binnendringen, die een schaduw over mijn geloof willen werpen, mijn blijdschap willen stelen en mijn innerlijke vrede willen afpakken. Kom binnen, sterke Verlosser, zorg voor een grote schoonmaak in mijn leven! Ik moet van binnenuit gereinigd worden, ik heb een extreme makeover nodig en die moet beginnen in mijn hart en doordringen tot de donkerste plaatsen van mijn gedachtenwereld - óók op die plaatsen waar ik verder niemand toelaat.
Ik weet dat ik in een gevallen wereld leef, in een smerige omgeving. De zonde zal altijd invloed op me hebben. Maar u hebt me duidelijke instructies gegeven zodat ik weet hoe ik mijn hart en hersens kan laten reinigen. Ik wil 100% eerlijk tegen u zijn, Jezus. Ik zal niets voor u achterhouden, ik zal u alles vertellen over mijn strijd en zwakheden en ik vertrouw erop dat u mij de kracht zult geven om weerstand te bieden zodat ik een sterke strijder in uw dienst mag worden.

zondag 21 januari 2007

Doe maar wat hij zegt

Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Johannes 2:1-5

REFLECTIE
Op het hoogtepunt van het feest blijkt dat de wijn op is. Degenen die het in de gaten hebben, denken bij zichzelf: dit komt nooit meer goed! Alle andere gasten vermaken zich prima en zijn in een opperbeste stemming. Maar is het feest nu plotseling afgelopen omdat er geen druppel wijn meer is? Druipen de feestgangers straks af en blijft het jonge bruidspaar eenzaam en beschaamd achter?
Maria, Jezus' moeder, weet raad. Zij kent haar Zoon als een zéér serieus man, maar ze weet ook dat zijn hart goed is en dat hij werkelijk veel van mensen houdt. Hij is in staat om dit feest te redden en zijn moeder gelooft dat hij dat gaat doen. Misschien lijkt alles wel verloren, maar haar geloof wordt niet beschaamd en haar goede advies blijft van kracht. Ook vandaag nog!

GEBED
Heer, soms beland ik in een pijnlijke situatie en weet ik niet hoe ik me daar weer uit moet redden. Misschien willen anderen u niet met dergelijke zorgen lastigvallen, maar ik breng mijn grote en kleine problemen gewoon bij u. Mogelijk komt de oplossing vanzelf, wellicht moet ik in beweging komen en iets bedenken en hopelijk doet u een wonder wanneer zelfs geen lieve moeder meer helpen kan. Ik weet niet altijd raad, Heer, maar ik wil uw gehoorzame dienaar zijn. Zeg me maar wat ik moet doen – ik doe het, zelfs al snap ik er geen jota van.

maandag 15 januari 2007

Logeren bij Jezus

De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Jezus draaide zich om, en toen hij zag dat ze hem volgden, zei hij: ‘Wat zoeken jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden zij tegen hem (dat is in onze taal ‘meester’), ‘waar logeert u?’ Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Ze gingen met hem mee en zagen waar hij onderdak had gevonden; het was ongeveer twee uur voor zonsondergang en ze bleven die dag bij hem. Johannes 1:35-39

REFLECTIE
De leerlingen van Johannes de Doper hadden een inspirerende, populaire leraar. Van alle kanten kwamen de mensen naar hem toe om naar zijn indrukwekkende preken te luisteren en om door hem gedoopt te worden in de Jordaan. Zijn bekendheid was deze prediker niet naar het hoofd gestegen. Al vanaf de moederschoot wist hij wie zijn Meester was: Jezus Christus, het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.
Zonder aarzelen wijst Johannes zijn leerlingen op de Meester die zij moeten volgen en onmiddellijk gaan zij achter Jezus aan. Wat ze zoeken? Hun Rabbi, hun Meester natuurlijk! Voortaan willen ze verblijven waar Jezus is en gaan waar hij gaat. ‘Kom maar mee, dan zul je het zien’, klinken de uitnodigende woorden van de Heer. Hoor je ze ook? Ga je mee?

GEBED
Heer, het allermooiste is toch wel om bij u te mogen logeren. Zo graag wil ik bij u in huis, bij u aan tafel zijn, van uw aanwezigheid genieten! In zekere zin bent u onnavolgbaar voor ons, Jezus. Wij kunnen de zonde van de wereld niet wegnemen, wij kunnen niet zelf verzoening met de Vader tot stand brengen. We willen wel gehoorzaam in uw voetstappen gaan en ons oude leven afleggen, maar ook wij kennen onze plaats: aan de voet van uw kruis. Daar knielen wij dankbaar neer, maar we blijven er niet te lang zitten. U roept ons op om mee op reis te gaan en anderen de Weg te wijzen. We juichen over het open graf, we staren naar de wolkenlucht waarin u verdween en zien uit naar de dag dat u op dezelfde wijze terug zult komen. Meester, mogen we dan voor altijd bij u logeren?
‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’

Afbeelding met toestemming van kunstenaar Ain Vares overgenomen (
Bron afbeelding)