
REFLECTIE
Wie denkt u wel dat u bent? De Joden die met Jezus in debat gingen wisten heel goed wie hij beweerde te zijn, maar zij wilden een duidelijk antwoord horen. En dat duidelijke antwoord kregen zij: “Van voordat Abraham er was, ben ik er.” Hier vereenzelvigt Jezus zich met de IK BEN die zichzelf openbaarde aan Mozes in Exodus 3:14. Met andere woorden, Jezus beweert duidelijk dat hij de oneindige, eeuwige God is!
Wanneer zijn tegenstanders goed geluisterd hadden, lieten de woorden die hij even daarvoor had uitgesproken evenmin veel aan de verbeelding over: “Als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.” (v. 24). De reactie die Jezus met deze IK BEN woorden oproept, maakt duidelijk dat zijn tegenstanders precies begrepen wat Jezus bedoelde. Zij waren zo verontwaardigd over deze uitspraken, dat zij hem wilden stenigen wegens godslastering. Maar Jezus wist dat zijn tijd nog niet gekomen was, dat dit nog niet de plaats en het moment was om zijn leven te geven. Daarom verstopte hij zich en wist hij onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.
GEBED
Heer, uw tegenstanders wisten niet waar u vandaan kwam of waar u naartoe ging. U kwam onopgemerkt de tempel binnen en ging op dezelfde wijze weer weg: als een agent op een geheime missie. Maar in de tempel openbaarde u zichzelf en vertelde u uw tegenstanders niets dan de waarheid. En toen u de tempel verliet, verliet de Waarheid de tempel. In feite ging op datzelfde moment de IK BEN de tempel uit!
Dank u voor deze overtuigende openbaring van wie u bent, Heer Jezus. U liet zien dat u de situatie volledig onder controle had en dat alleen uzelf bepaalde wanneer het moment gekomen was om uw leven voor ons te geven. U verscheen en verdween waar en wanneer u maar wilde. Wij geloven en belijden dat u van de Vader kwam en dat u ook naar de Vader bent teruggekeerd. Wij, uw kinderen, zien vol verwachting uit naar uw terugkomst. Ja, kom Heer Jezus en maak opnieuw kenbaar wie u bent!