
REFLECTIE
Alsof Petrus al niet diep genoeg gegaan was. Jezus brengt zijn stoerste leerling in verlegenheid. Tot driemaal toe vraagt Hij hem om een liefdesverklaring: ‘Simon, zoon van Johannes, heb jij mij lief?’ Tot driemaal toe komt het antwoord – en de laatste keer klinkt het met een gebroken stem: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’
Dezelfde man die tot driemaal toe zijn persoonlijke relatie met Jezus ontkend had, verklaart zijn Heer tot driemaal toe zijn liefde. Jezus herstelt de relatie en herhaalt zijn opdracht. En Petrus krijgt een nieuw beroep: de visser wordt herder.
GEBED
Heer Jezus, kom tot uw doel in mijn leven. Misschien heb ik niet gedaan wat U van mij hebt gevraagd. Er zijn momenten in mijn leven geweest waar ik liever niet aan wordt herinnerd. Dagen dat ik op eigen kracht mijn doelen vaststelde. Tijden dat ik leefde alsof ik uw stem niet had verstaan. Donkere nachten van pijn en verloochening. Maar daar staat U opnieuw: geduldig en liefdevol. Jazeker, Heer Jezus, ik heb U lief. Ik houd van U. U bent mij alles waard. Zeg maar wat ik moet doen, graag wil ik in uw naam anderen in veiligheid brengen; uw schapen voedsel, zorg en aandacht geven. Maak ook maar een herder van dit eigenwijze schaap.