maandag 16 juli 2007

Jezus' tranen

Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem. Diep bewogen vroeg hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ Jezus begon ook te huilen, en de Joden zeiden: ‘Wat heeft hij veel van hem gehouden!’
Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ " (John 11:32-37)

REFLECTIE

Als u hier was geweest... Uit de bittere woorden van Maria blijkt dat zij geloofde dat Jezus het overlijden van haar broer Lazarus zou hebben voorkomen als hij bij hen zou zijn geweest. Misschien had ze daar gelijk in – misschien ook niet. Hoe reageert Jezus op deze uitspraak? Bevestigt hij ergens dat Maria gelijk heeft en dat hij inderdaad de dood van Lazarus zou hebben tegengehouden als hij maar ter plaatse zou zijn geweest?
We weten gewoon het antwoord niet op veel van de moeilijkste vragen. Ik denk dat Jezus niet op de uitspraak van Maria ingaat omdat hij zoveel van haar houdt. Maria bracht haar verdriet, woede en teleurstelling bij haar Meester en hij ging niet met haar in discussie. In plaats daarvan toonde hij zijn eigen emoties en huilde hij met de mensen van wie hij zoveel hield. Diep bewogen stelt hij deze praktische vraag: "Waar hebben jullie hem neergelegd?"
Jezus huilde. Deze tranen waren tranen van verdriet, woede en liefde. Ik ben ervan overtuigd dat Jezus veel redenen had om te huilen en wij kunnen alleen maar raden naar de exacte oorzaak van zijn tranen. Misschien huilde hij wel vanwege de zonde die in deze wereld zoveel pijn en verdriet veroorzaakt. Misschien moest hij huilen omdat hij zoveel rouw en tranen om zich heen zag. In ieder geval geloof ik dat hij huilde omdat hij volmaakt God én volledig mens was. Hij had emoties - net zoals wij die hebben. Ik geloof ook dat een paar van zijn tranen een stille reactie waren op de pijnlijke vragen en bittere opmerkingen die hij rondom zich hoorde.

GEBED
Lieve Heer, ik geloof dat uw tranen bijdragen aan ons genezingsproces. Ik geloof dat het feit dat u zo diep bewogen was, al een grote bron van troost is voor alle mensen die lijden, verdrietig zijn en rouwen. Wat moet het een troost geweest zijn voor Lazarus' zussen om te zien dat u deelde in hun pijn. Herinner ons aan uw tranen telkens wanneer wij verdrietige mensen tegenkomen. Wij willen uw tranen huilen en we willen stil zijn wanneer sommige mensen alleen hun pijnlijke vragen en bittere teleurstelling met ons willen delen. U vraagt ons niet om gemakkelijke antwoorden te geven en wij schamen ons niet voor onze eigen kwetsbaarheid, ons eigen verdriet en onze eigen vertwijfelde vragen.
Jezus, eens komt er voor een ieder van ons een einde aan dit aardse leven. Natuurlijk hopen we dat u terugkeert voordat dit gebeurt, maar er zijn inmiddels generaties mensen voorbijgegaan en wij weten gewoon niet hoe en wanneer u een ieder van ons thuishaalt. Maar ik vertrouw erop dat wij u aan de andere zijde zullen zien en dat u dan genoeg liefde en macht heeft om ons voor eeuwig op te wekken in een leven zonder bittere tranen of klachten. U bent de Opstanding en het Leven, dat geloof ik! Amen

maandag 9 juli 2007

Wanhopig wachten

Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zuster Marta woonden – dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. De zusters stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ Toen Jezus dit hoorde zei hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’ Jezus hield veel van Marta en haar zuster, en van Lazarus. Maar toen hij gehoord had dat Lazarus ziek was, bleef hij toch nog twee dagen waar hij was. Daarna zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Laten we teruggaan naar Judea.’ Johannes 11:1-7

REFLECTIE

Was Jezus maar hier om ons te helpen! Marta en haar zuster Maria zijn de wanhoop nabij. Hun broer Lazarus is ernstig ziek en ik weet zeker dat zijn zusters alles gedaan hebben om hem te helpen, maar nu staan ze machteloos. Vandaag de dag zouden we snel wat telefoontjes plegen, maar de twee zusters moeten zich behelpen met de verzending van een mondelinge boodschap in telegramstijl: 'Heer, uw vriend is ziek.' Deze mededeling zou zeker genoeg aanleiding voor Jezus zijn om ogenblikkelijk overeind te springen en spoorslags naar Betanië te vertrekken. Maar wat gebeurt er? Jezus blijft nog twee dagen waar hij is en stuurt slechts een bemoedigende reactie met een mysterieuze belofte.

GEBED
Heer, wij weten nu hoe dit verhaal afloopt. Maar de zusters wisten dat niet. Ik wil op dit punt stoppen en nadenken over de situatie waarin Maria, Marta en hun doodzieke broer zich bevonden. Zij hadden maar één verlangen - en dat was ook nog eens een heel goed verlangen. Ze wilden dat u zou komen om hen bij te staan in hun nood. Maar u had blijkbaar een andere agenda en wachtte nog twee lange dagen. Hield u dan niet van hen? Ik weet zeker dat u van hen hield en het staat er zelfs nog speciaal bij vermeld.
Natuurlijk zien we de profetische boodschap die in deze geschiedenis verborgen is - we zien, als we er iets langer over nadenken, een verwijzing naar de dagen dat u zelf uw vrienden wanhopig liet wachten op uw eigen glorieuze opstanding. Maar, Heer, nu wil ik eerst rustig nadenken over de lessen die te vinden zijn in het eerste gedeelte van deze bijzondere geschiedenis.
Help ons om op u te blijven vertrouwen, óók wanneer onze situatie compleet uitzichtloos lijkt. Wij weten dat uw perspectief ver uitstijgt boven dat van ons en daarom zullen we geduldig op u wachten. We weten dat onze noodkreet u bereikt heeft en dat u veel van ons houdt - ook als u ons in onhoudbare spanning laat.

maandag 2 juli 2007

Hoeveel licht heb je nodig?

Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze hem wilden stenigen, zei Jezus: ‘Ik heb door de Vader veel goeds voor u gedaan; waarom wilt u me stenigen?’ ‘Voor een goede daad zullen we u niet stenigen,’ antwoordden ze, ‘maar wel voor godslastering: u bent een mens, maar u beweert dat u God bent!’ Jezus zei: ‘Staat er in uw wet niet geschreven: “Ik heb gezegd: ‘U bent goden’”? De Schrift blijft altijd van kracht; als mensen tot wie God spreekt goden genoemd worden, hoe kunt u mij, door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden, dan beschuldigen van godslastering wanneer ik zeg dat ik Gods Zoon ben? Als wat ik doe niet van mijn Vader komt, geloof me dan niet, maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben.’ En weer wilden ze hem grijpen, maar hij ontsnapte. Johannes 10:31-39

REFLECTIE
Jezus liep over het terrein van de tempel toen het feest van de tempelwijding werd gevierd. (Het feest van het licht - ook bekend als het Joodse feest Chanoeka). Het was winter. Opnieuw bestookten de joodse leiders Jezus met hun vragen. Beweerde Hij werkelijk dat Hij de Christus, de beloofde Messias was? Jezus gebruikt weer de metafoor van de herder en zijn schapen. En Hij geeft de religieuze leiders het antwoord waar zij kennelijk op uit waren: "de Vader en ik zijn één". Kon Hij nog duidelijker zijn? De joodse leiders rapen stenen op vanwege deze 'godslasterlijke' uitspraak. Maar Jezus schakelt zijn tegenstanders uit met een paar intrigerende vragen. Bedenk dat deze mannen de Hebreeuwse Schriften uit hun hoofd kenden en dat Jezus hen al het bewijs geleverd had om overtuigd te worden van de waarheid. Hoeveel licht hadden deze mensen nodig om hun langverwachte Messias te herkennen?
Jezus haalt Psalm 82:6 aan om zijn tegenstanders het zwijgen op te leggen. Het is interessant om dit vers in de context te lezen, want Joodse leiders waren erop getraind om bijbelcitaten in het juiste verband te plaatsen: "U toont geen inzicht, geen begrip, en doolt in duisternis rond, de aarde wankelt op haar grondvesten. Ooit heb ik gezegd: "U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal." Toch zult u sterven als mensen, ten val komen als aardse vorsten.' ( Psalm 82:5-7)

GEBED
Lieve Heer Jezus, de vragen van uw tegenstanders werden door U met superieure tegenvragen beantwoord. U toonde duidelijk aan dat er geen enkele reden was om U als Messias, als Zoon van God, af te wijzen. Voor de ogen van deze mensen had U de profetieën vervuld en niemand kon uw rechtmatige aanspraken weerleggen. Ja, Jezus, Zoon van de Allerhoogste, uw heldere, hemelse licht scheen in de duisternis van deze wereld, maar sommige mensen geven er blijkbaar de voorkeur aan om te blijven leven in hun schaduwwereld van twijfel en ongeloof. Maar op een dag zal elke knie voor U buigen en elke tong zal belijden dat U Heer bent! Niemand is in staat U uw glorie te ontnemen! Ik dank U voor het Licht waarmee U ons beschenen hebt en ik dank U omdat U mij voorgoed uit de duisternis hebt bevrijd. Amen!

maandag 25 juni 2007

Één kudde met één herder

"Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.
Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen. Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder." (Johannes 10:9-16)


REFLECTIE
Jezus gebruikt verschillende metaforen om zichzelf te beschrijven als de Heer die zorgt voor degenen die hem toebehoren. De eerste beeldspraak gaat over de herder en de dief. De herder maakt gebruik van de officiële ingang om zijn kudde in veiligheid te brengen, terwijl de dief de schaapskooi binnendringt door een illegale opening in de muren te maken. Schapenrovers zouden geen gebruik maken van de deur, want bij die ingang zat ‘s nachts een wachter die de schapen van verschillende kuddes beschermde. Bij het aanbreken van de nieuwe dag, zou de herder terugkomen om zijn schapen op te halen. Als hij op de deur klopt, herkent de wachter hem en laat hij hem binnen. Vervolgens roept de herder zijn eigen schapen één voor één bij hun naam. Zodra zij de stem van hun meester horen, laten zijn schapen de schapen van andere kuddes in de schaapskooi achter en gaan zij naar buiten.
In een andere beeldspraak spreekt de Heer over een huurling die de schapen in het open veld in de steek laat wanneer zijn eigen leven in gevaar komt. Maar de goede herder, die de wettige eigenaar van de schapen is, zou dat nooit doen. Hij geeft zijn eigen leven om zijn schapen te redden.

GEBED
Heer Jezus, ik herken uw stem en weet dat u geen dief of huurling bent. U bent de wettige eigenaar van uw schapen. U bent ook de enige deur waardoor wij in veiligheid gebracht kunnen worden! Wij weten nu dat u letterlijk uw leven gaf om het als overwinnaar op de dood weer op te eisen. Op die manier heeft u ons voor eeuwig gered. Ja, u bent werkelijk de goede herder uit Psalm 23 en u bent de vervulling van Gods belofte uit Ezechiël 34, waar de Heer zegt: “Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen.” U bent gekomen om uw eigen kudde te redden, maar ook om uw schapen die niet uit deze schaapskooi zijn in veiligheid te brengen. Ik kijk ernaar uit dat wij op een dag werkelijk één kudde met één herder zullen zijn. Tot die tijd vraag ik u om mij te gebruiken om verloren schapen terug naar de kudde te brengen, zodat zij daar onder uw liefdevolle bescherming mogen leven. Amen.

maandag 18 juni 2007

Hij roept mij bij mijn naam

‘Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’ Johannes 10:1-5

REFLECTIE
Je kunt een tijdje achter een vreemde aanlopen zonder dat je door hebt dat hij je de verkeerde kant op stuurt. Luister naar zijn stem. Hoor je woorden van waarheid, genade, wijsheid en vergeving? Nee? Dan volg je niet de Goede Herder. Zie je een herder die voor zijn kudde uitloopt, die het goede voorbeeld geeft, beschermt en leidt en er alles aan doet dat zijn schapen veilig zijn? Nee? Dan volg je niet de Goede Herder.
Wees eens even stil. Je moet weten dat er veel misleidende stemmen in deze wereld zijn. Herken die ene stem die overtuigend klinkt, die eerlijk is. Luister naar de stem die zowel sterk als liefdevol is, krachtig én genadig. Dat is mijn Goede Herder. Loop niet achter vreemden aan.

GEBED
Jezus, ik herken uw stem midden in een stadion vol schreeuwende mensen. Herder, ik kan uw sterke handen, uw machtige armen voelen wanneer u mij draagt door eenzame momenten als de duisternis mij bedreigt. Redder, als u bij mij bent, heb ik niets te vrezen.
Ik herken uw stem, want ik loop al wat langer in deze kudde mee. Uw stem klinkt vertrouwd, uw aanwezigheid maakt dat ik me veilig voel. En het is niet zo moeilijk om uw stem te herkennen, want u noemt mij bij mijn naam en mijn hart geeft zich alleen aan u over.
Heer Jezus, vergeef mij. Ik kan zo'n stom schaap zijn. Ik ben bij u vandaan gelopen, zelfs toen u mijn naam riep. Ik ben zo dankbaar dat u mij teruggevonden hebt en ik wil altijd bij u blijven. Ja, u bent echt mijn Goede Herder en ik houd zielsveel van u!

maandag 11 juni 2007

Maar één ding weet ik wel: ik was blind en nu kan ik zien.

Toen riepen ze de man die blind geweest was weer bij zich. ‘Geef Gód de eer,’ zeiden ze, ‘die man is een zondaar, dat weten we toch.’ ‘Of hij een zondaar is weet ik niet,’ zei hij, ‘maar één ding weet ik wel: ik was blind en nu kan ik zien.’ Ze drongen aan: ‘Wat heeft hij met je gedaan? Hoe heeft hij je ogen geopend?’ ‘Dat heb ik u toch al verteld,’ zei hij, ‘maar u luistert niet! Wat wilt u nog meer horen? Wilt u soms leerling van hem worden?’ Johannes 9:24-27

REFLECTIE
De man die vanaf zijn geboorte blind geweest was, werd bij de Farizeeërs gebracht. Stel je dat eens voor: de strenge godsdienstige leiders kijken deze man recht in de ogen. Hij moet buiten zichzelf van blijdschap en compleet overdonderd zijn geweest door de felle kleuren, mooie gezichten, blauwe luchten, wolken, bloemen, dieren en al die andere dingen die hij voor het eerst van zijn leven met zijn eigen ogen ziet!
Maar nu willen de Farizeeërs weten wie die sterretjes in zijn ogen heeft laten schitteren en wie die irritante glimlach op zijn gezicht heeft getoverd zonder daarvoor eerst hun toestemming te vragen.
De Farizeeërs willen uitsluiten dat iemand hen bedriegt en ontbieden zelfs de ouders van de man om hen te ondervragen en de waarheid te achterhalen. En die waarheid is: deze man is door Jezus op wonderbaarlijke wijze van blindheid genezen!
De opdracht om ‘God de eer te geven’ klinkt misschien wel vroom, maar in feite geven de religieuze leiders aan dat ze het getuigenis van de man nog steeds verwerpen. Ze vragen hiermee om een antwoord dat zij graag willen horen en niet om de waarheid over Jezus die zij zouden moeten horen.
Ik vind dat de man een prachtig antwoord geeft. ‘Wilt u soms leerling van hem worden?’ Nu gaat hij echt te ver! Maar wat kan hem dat schelen? Niemand kan zijn blijdschap roven. Zelfs niet die Farizeeërs!

GEBED
Lieve Heer Jezus, u toonde ons het ware karakter van deze religieuze leiders door deze man op sabbat te genezen van blindheid. Ik denk dat de man er geen problemen mee had dat u dit wonder verrichtte op een rustdag. Ik denk dat zijn dankbare blijdschap vrijwel niet te beschrijven was!
Wanneer ik denk aan al die mensen die u uit duisternis, wanhoop en eenzaamheid gered hebt, dan wil ik u op elke dag van de week wel een dankbaar loflied toezingen. Zien de ongelovige mensen de blijdschap en de innerlijke rust dan niet die u zo overvloedig aan uw kinderen geeft? Verlangen zij zelf dan niet naar zo’n bevrijdende, levensveranderende ervaring? Willen zij niet vanuit de duisternis overgaan in uw wonderbare licht? Wat sommige mensen ook van u zeggen of denken, ik heb u inmiddels wel beter leren kennen. Wanneer zij niet meer over u te weten willen komen en er blijkbaar de voorkeur aan geven ziende blind te blijven, dan is dat zonde en jammer. Maar zelfs daardoor laat ik mij mijn blijdschap niet afnemen!

maandag 4 juni 2007

Niet zien en toch geloven

In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen. Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht voor de wereld.’ Na deze woorden spuwde hij op de grond. Met het speeksel maakte hij wat modder, hij streek die op de ogen van de blinde en zei tegen hem: ‘Ga naar het badhuis van Siloam en was u daar.’ (Siloam is in onze taal ‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien. Joh. 9:1-7

REFLECTIE

Voor orthodoxe gelovigen waren er maar twee verklaringen voor blindheid: de blinde zelf, of zijn ouders hadden gezondigd. Jezus, die niet lang daarvoor had uitgeroepen dat hij het licht van de wereld was, kwam voorbij. De geestelijke leiders die te blind waren om te zien wie Jezus was, had hij in de tempel achtergelaten. De Heer had een andere verklaring voor de blindheid van deze man - een verklaring die niet te vinden was in het verleden, maar openbaar werd in het heden: Gods werk moest in hem zichtbaar worden.Jezus spreekt over dag en nacht, stelt opnieuw dat hij het licht van de wereld is en verricht een buitengewoon wonder met een mengsel van spuug en het stof van de aarde. De man kon niet zien wat de Meester aan het doen was, maar hij onderging deze behandeling geduldig en gehoorzaamde Jezus' opdracht om naar Siloam te gaan en daar een bad te nemen. Pas daar zou hij met eigen ogen zien dat Jezus inderdaad het licht van de wereld is!

GEBED
Lieve Jezus, ik kan er niets aan doen, maar ik vind dat u een vreemde dokter bent! Op de grond spugen en een modderig mengsel in de ogen van een blinde man smeren... dat klinkt niet als een professionele medische behandeling! Heer, waarom genas u deze blinde man niet terplekke? Waarom liet u hem - nog altijd blind - naar Siloam lopen om zich daar te wassen? Ik geloof dat deze tocht niet te maken had met zijn lichamelijke genezing, maar met zijn geestelijke gehoorzaamheid. Net als Naaman de Syriër *, moest hij zelf actief bijdragen aan zijn genezing. Naaman protesteerde eerst nog en gaf pas later toe, maar deze man deed gewoon wat u hem opdroeg. Wat een geweldig voorbeeld is hij voor ons, uw volgelingen die leven in de donkere wereld van onze tijd! Heer, als wij lijden als deze man, laat het dan ook zijn tot eer van God. Wanneer geen menselijke arts kan helpen, laat ons er dan op blijven vertrouwen dat u ons op een dag wonderlijk zult genezen – zelfs als we daar nu nog helemaal niets van kunnen zien. Onze geestelijke situatie is natuurlijk veel belangrijker dan onze lichamelijke conditie. Deze bijzondere man nam actief deel aan zijn genezingsproces door uw aanwijzingen zonder vragen op te volgen. Hij vroeg niet hoe of waarom, maar geloofde u op uw woord. Ik denk dat u het grootste wonder die dag in zijn hart hebt verricht! Die dag liet u de wereld zien dat u echt door God gezonden bent om ons te genezen van blindheid en te bevrijden van de geestelijke duisternis waarin wij leven. Dank u, Jezus Messias!

* 2 Koningen 5

dinsdag 29 mei 2007

Wie denkt u wel dat u bent?

Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’ Jezus antwoordde: ‘Wanneer ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat hij onze God is, hoewel u hem niet kent. Ik ken hem. Als ik zou zeggen dat ik hem niet ken, zou ik een leugenaar zijn, net als u. Maar ik ken hem wel, en ik bewaar zijn woord. Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’ De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’ Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen. Joh. 8:53-59

REFLECTIE
Wie denkt u wel dat u bent? De Joden die met Jezus in debat gingen wisten heel goed wie hij beweerde te zijn, maar zij wilden een duidelijk antwoord horen. En dat duidelijke antwoord kregen zij: “Van voordat Abraham er was, ben ik er.” Hier vereenzelvigt Jezus zich met de IK BEN die zichzelf openbaarde aan Mozes in Exodus 3:14. Met andere woorden, Jezus beweert duidelijk dat hij de oneindige, eeuwige God is!
Wanneer zijn tegenstanders goed geluisterd hadden, lieten de woorden die hij even daarvoor had uitgesproken evenmin veel aan de verbeelding over: “Als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.” (v. 24). De reactie die Jezus met deze IK BEN woorden oproept, maakt duidelijk dat zijn tegenstanders precies begrepen wat Jezus bedoelde. Zij waren zo verontwaardigd over deze uitspraken, dat zij hem wilden stenigen wegens godslastering. Maar Jezus wist dat zijn tijd nog niet gekomen was, dat dit nog niet de plaats en het moment was om zijn leven te geven. Daarom verstopte hij zich en wist hij onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.

GEBED
Heer, uw tegenstanders wisten niet waar u vandaan kwam of waar u naartoe ging. U kwam onopgemerkt de tempel binnen en ging op dezelfde wijze weer weg: als een agent op een geheime missie. Maar in de tempel openbaarde u zichzelf en vertelde u uw tegenstanders niets dan de waarheid. En toen u de tempel verliet, verliet de Waarheid de tempel. In feite ging op datzelfde moment de IK BEN de tempel uit!
Dank u voor deze overtuigende openbaring van wie u bent, Heer Jezus. U liet zien dat u de situatie volledig onder controle had en dat alleen uzelf bepaalde wanneer het moment gekomen was om uw leven voor ons te geven. U verscheen en verdween waar en wanneer u maar wilde. Wij geloven en belijden dat u van de Vader kwam en dat u ook naar de Vader bent teruggekeerd. Wij, uw kinderen, zien vol verwachting uit naar uw terugkomst. Ja, kom Heer Jezus en maak opnieuw kenbaar wie u bent!

maandag 21 mei 2007

Werkelijk vrij

Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.
Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat ik zeg. Ik spreek over wat ik gezien heb bij de Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.’ Joh. 8:34-38


REFLECTIE
Het joodse volk is een trots volk. Als afstammelingen van Abraham zijn zij Gods favorieten, zijn uitverkorenen. Johannes schrijft vaak over 'de Joden' en verwijst daarmee naar de religieuze joodse leiders die zich tegen Jezus verzetten. Johannes was een jood, de andere discipelen waren joden en de Heer was een jood (laten we dat niet vergeten!), maar veel volksgenoten verwierpen hem vanwege zijn moeilijke uitspraken en ‘uitzinnige’ claims.
In dit hoofdstuk zijn we getuige van een krachtige confrontatie tussen een groep zelfingenomen mensen en de nederige Dienaar die uit de hemel kwam om zich als de Weg, de Waarheid en het Leven te openbaren. Jezus' woorden waren moeilijk te begrijpen, maar de grootste struikelblokken die zijn toehoorders moesten overwinnen om zijn onderwijs te kunnen verstaan waren hun eigen trots, koppigheid en ongeloof. Alles wat van hen verwacht werd was een houding van nederigheid en oprecht berouw. Maar deze religieuze mensen waren zo verblind door hun valse trots en zo doof door hun geestelijk onbenul, dat zij een arts die hun ogen, oren en hart kon genezen niet eens herkend zouden hebben - al stond hij vlak voor hen!

GEBED
Lieve Jezus, ik wil een zoon zijn van de Vader van de hemellichten en niet een kind van de vader van de leugen. Uw Woord is soms moeilijk te begrijpen, maar toch wil ik u vertrouwen en volgen. Wanneer de waarheid mij in verwarring brengt, wanneer uw woorden van wijsheid mij uitdagen en zelfs verzet bij mij oproepen, dan nog wil ik niet bij u vandaan gaan zoals veel pseudo-discipelen dat deden en doen. Ik heb geduld en nederigheid nodig en ik wil bij u komen met oprecht geloof. Hier ben ik Heer, uw niet-al-te-beste volgeling. Alstublieft, verander mij van binnenuit en vorm mij om tot een echte discipel. Ik wil de waarheid niet vermoorden, ik wil door de waarheid gered, gevormd en bevrijd worden! Ja, waarheid kan pijnlijk zijn als liefde, maar ik heb geleerd dat ik mij aan u kan toevertrouwen, mijn kundige heelmeester. Niet langer wil ik een verloren leven leiden in duisternis, zonde en gevangenschap. Ja, Jezus, ik aanvaard u als de Waarheid en in u ben ik werkelijk vrij!

maandag 14 mei 2007

Zandschrift

Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ Hij bukte zich weer en schreef op de grond.
John 8:6-8

REFLECTIE
Alle ogen waren gericht op Jezus – en normaal gesproken is dat een goede zaak. Niemand had oog voor de vrouw die daar stond, huilend, vernederd, angstig en wanhopig wachtend op het oordeel.
De wet was streng, de wet was duidelijk en dat wist zij waarschijnlijk ook. Volgens de wet moest deze overspelige vrouw gestenigd worden en aan Jezus de eer om het laatste oordeel uit te spreken…
Waarom waren deze mannen zo geïnteresseerd in het oordeel van Jezus? Johannes vertelt ons dat ze hun vraag 'Wat vindt u daarvan?' alleen stelden om Jezus in de val te laten lopen zodat ze hem konden beschuldigen. De hypocrieten waren totaal niet geïnteresseerd in die arme vrouw die zij misbruikten voor hun valse plan.

GEBED
Lieve Heer Jezus, ik ben zo blij dat het laatste oordeel alleen door u uitgesproken zal worden. Wij zouden allemaal net zo bang en wanhopig zijn als die arme vernederde vrouw wanneer de schijnheiligen van deze wereld het laatste woord hadden. Bij u zijn we veilig, want van u ontvangen we pure gerechtigheid, zuivere liefde en genade.
Zie hoe de hypocrieten met de staart tussen de benen afdruipen. Zie de vrouw, opgelucht, bevrijd en in eer hersteld door u, de enige die in de positie is een zuiver oordeel uit te spreken, omdat u zelf zonder zonden bent. Uw vinger wees niet naar haar en uw stem sprak niet om haar te bedelven onder een woordenregen van beschuldigingen. Ik weet niet wat u in het zand schreef, maar ik weet dat u van deze vrouw hield en haar vrijsprak met woorden van vergeving en genade: ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’ Zo spreekt mijn Heer!

zondag 6 mei 2007

Iedereen stond versteld

Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven. Joh. 7:37-39


REFLECTIE
Ik moet mezelf beperken en geef daarom een kort citaat uit dit prachtige bijbelhoofdstuk, maar lees deze teksten in hun verband wanneer je uitgedaagd, geïntrigeerd en geïnspireerd wilt worden door het Woord van God!
Jezus had tegen zijn broers gezegd: "Gaan jullie maar naar het feest; ik ga niet, omdat de tijd voor mij nog niet rijp is."
De Heer wist dat zijn vijanden erop uit waren hem te pakken te nemen. Hij wachtte op het juiste moment en verraste hen met zijn plotselinge komst. Iedereen was stomverbaasd en diep onder de indruk van zijn kennis en onderwijs. Ja, daar stond hij, de beloofde Messias, omringd door zijn vrienden en vijanden. Hij eiste hun aandacht op en trad hen direct tegemoet. Wat een Heer hebben wij!

GEBED
Lieve Jezus, ik houd van u. Ik kan me gewoon niet voorstellen hoe het voor u geweest moet zijn om tussen de zondaren te leven. Ik weet natuurlijk wel hoe het is om in een zondige wereld te leven, want ik maak daar zelf deel van uit en voel me er thuis. Maar u kwam uit de hemel en u bent perfect, puur, heilig! En ik denk dat uw vijanden juist door uw volmaaktheid uw aanwezigheid niet konden verdragen. Deze zelfgenoegzame mensen hadden er een hekel aan om de waarheid over zichzelf te horen, maar nu werden zij te kijk gezet en keken zij de Waarheid recht in de ogen. Uw vijanden konden u niet uitstaan. Zij vormden een zielig stel verloren mensen die niet tot u, de bron van leven, wilden komen om gered te worden.
Maar er waren gelukkig ook mensen die u wel herkenden als de Messias en wat moeten zij onder de indruk geraakt zijn van uw woorden!
U liet iedereen versteld staan door uw onverwachte komst en publieke verkondiging van de waarheid tijdens dat loofhuttenfeest, en u koos exact het goede moment uit om luidkeels uw oproep te doen: "Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!" Dat vind ik prachtig! Ja, het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond*, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader... Ik houd van u, Jezus. Of had ik dat al gezegd?

* Het Loofhuttenfeest is het tabernakel-feest. In Johannes 1 staat dat het Woord onder ons getabernakeld heeft, dat wil zeggen: het Woord heeft bij ons gewoond als in een tent / loofhut!

maandag 30 april 2007

Laat je niet van de wijs brengen

Daarna trok Jezus door Galilea; in Judea wilde hij niet komen, omdat de Joden daar hem wilden doden. Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest, en daarom spoorden Jezus’ broers hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat je doet. Niemand doet toch iets in het geheim als hij bekend wil worden. Als je dit soort dingen doet, laat je dan zien aan de wereld.’ Ook zijn broers geloofden namelijk niet in hem. Johannes 7:1-5

REFLECTIE

Eis je plek op! Maak jezelf bekend! Laat je zien aan de wereld zodat iedereen ontdekt hoe geweldig je bent!
Sommige mensen zijn heel erg ambitieus. Zij willen graag midden in de belangstelling staan en gerespecteerd of bewonderd worden door de massa. En als deze eerzuchtige mensen zelf niet over de eigenschappen of kwaliteiten beschikken om bekend te worden, dan projecteren ze hun ijdele hoop in veel gevallen op iemand anders. Mensen worden vaak door anderen op een voetstuk geplaatst zodat ze daar later vanaf kunnen vallen. Wanneer deze door onszelf opgerichte idolen niet spontaan ten val komen, dan helpen we hen graag een handje. Zodra onze sterren gevallen zijn, kunnen we onszelf weer wat beter en belangrijker voelen.
Op het eerste gezicht waren de woorden van Jezus' broers niet kwaad bedoeld. Maar Johannes benadrukt dat zelfs zij niet in Jezus geloofden. Waarom wilden ze dan dat hij naar Judea ging als dat zo'n levensgevaarlijk gebied voor Jezus was? Wisten ze dat niet? Of kon het hen gewoon niets schelen?

GEBED
Lieve Jezus, het is zo'n voorrecht om uw Woord te mogen bestuderen en meer over u te leren. Het is intrigerend om te zien hoe u wijselijk de adviezen negeerde van mensen die u alleen maar wilden manipuleren. Ik denk dat velen van hen heimelijk hoopten dat u zou vallen en falen. Maar u liet zich niet leiden door de massa. U gaf niet toe aan verleidingen en u was er niet op uit om zoveel mogelijk indruk op mensen te maken. Voor u was alleen de wil van de Vader heilig.
Het is zo treurig dat veel mensen alleen bij u kwamen om nog meer tekenen en wonderen te kunnen zien. Zij waren onder de indruk van uw gaven, maar ze waren totaal niet geïnteresseerd in Degene die ons met zoveel rijke zegeningen overlaadt.
Alstublieft, Heer Jezus, maak mij meer als u. Ik wil uw aanwijzingen volgen en geen aandacht schenken aan al die andere stemmen die mij alleen maar in verwarring willen brengen. Ik wil niet mijn eigen agenda of die van andere mensen volgen. Ik wil alleen geleid worden door uw wil.

zondag 22 april 2007

Naar wie zouden we moeten gaan, Heer?

Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar hij eerst was? De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is Geest, en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren. ‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’ Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee.
Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent.’
John 6:60-69

REFLECTIE
Veel leerlingen keerden zich van Jezus af nadat zij deze woorden gehoord hadden: "Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken."
Ik denk dat veel van Jezus' zogenaamde volgelingen geen idee hadden waar hij het hier over had. Zelfs voor ons, mensen die leven in de periode na Christus' offerdood aan het kruis, zijn deze vreemde uitspraken niet eenvoudig te begrijpen.
Aangezien Jezus hier in de synagoge sprak, is het aannemelijk dat deze woorden zijn bijdrage vormden aan de discussie die gewoonlijk plaatsvond na het voorlezen van de Schrift. Op deze wijze probeerde men samen de juiste lezing en uitleg vast te stellen.
Jezus merkt dat zijn volgelingen (niet beperkt tot de twaalf discipelen) boos en gepikeerd waren. Waarschijnlijk vatten zij zijn woorden letterlijk op en dachten zij dat ze daadwerkelijk geacht werden zijn vlees te eten en bloed te drinken. Zelfs nadat Jezus heeft uitgelegd dat zijn woorden Geest en leven zijn, keren veel leerlingen hem de rug toe. Zij vonden Jezus' uitspraken kwetsend en schandalig…

GEBED
Lieve Jezus, het lijkt erop dat u uw ware volgelingen selecteerde uit een grote groep oppervlakkige fans. U probeerde niet een massale aanhang te krijgen en u was er zeker niet op uit om een aardse revolutie te ontketenen. Uw trouwe discipelen heeft u eigenhandig uitgekozen en daarbij liet u zelfs Judas tot de kring van getrouwen toe.
U vraagt dat wij het kruis omarmen en onze verlossing uitsluitend van u verwachten. Vandaag begrijpen wij wel dat u verwees naar uw kruisdood, maar het is nog altijd moeilijk om de verlossende boodschap van uw plaastvervangende offer door te geven aan onze tijdgenoten. Velen van hen keren u ook de rug toe, omdat uw onderwijs onmogelijk met het menselijk verstand te begrijpen is. Help ons alstublieft om uit te leggen dat geloven begint met het overgeven van ons hart en ons verstand. Ja, u beveelt ons deze schokkende, onverklaarbare en schandalige boodschap van het kruis door te geven – en dat is niet bepaald een eenvoudige opdracht. Maar wij weten dat u bij ons bent en wij willen uw gehoorzame, toegewijde discipelen zijn. Wij willen u volgen, niet omdat het evangelie gemakkelijk te begrijpen of uit te leggen is, maar omdat wij van u houden en geloven dat u de Waarheid bent. Nee, wij willen niet bij u weggaan! Samen met Petrus zeggen wij: "Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent."

zaterdag 14 april 2007

Het ware brood uit de hemel

Toen vroegen ze: ‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen? Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ Maar Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Johannes 6:30-35

REFLECTIE
De mensen die gezien hadden hoe Jezus een paar broden en vissen had vermenigvuldigd om een massa mensen te voeden, wilden hem koning maken. Maar Jezus trok zich terug op de berg, alleen.
's Avonds vertrokken zijn discipelen met de boot naar Kafarnaüm. Jezus had zelf geen boot nodig. Hij besloot naar de overkant te lopen en maakte daarbij geen omweg!
De mensen konden maar geen genoeg van Jezus krijgen. Niet dat ze hem echt wilden volgen, nee - zij volgden slechts hun eigen agenda's. Hun manier van volgen leek meer op belagen: hinderlijk achternazitten en voor de voeten lopen! En net als obsessieve stalkers gaven zij niet zo gauw de moed op. Toen zij Jezus niet konden vinden, besloten zij eveneens naar Kafarnaüm te gaan. De volgende dag komen zij Jezus daar inderdaad tegen, maar hij bestraft hen en zegt dat ze alleen maar komen omdat ze een gratis maaltijd willen hebben.

GEBED
Lieve Jezus, ik houd van u. U bent de Enige die ik echt nodig heb. Ik dank u voor alle zegeningen en wonderen in mijn leven, maar bovenal dank ik u omdat u het ware brood uit de hemel bent. U kwam als heilig manna naar beneden en wij moeten eerst neerbuigen voordat wij uw zegeningen tot ons kunnen nemen. U geeft ons kracht voor elke nieuwe dag.
Ja, al uw woorden zijn waar! Omdat u zo genadig bent, zijn wij nog in leven! Uw ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt u nieuwe weldaden – veelvuldig blijkt uw trouw! *
Heer, help ons alstublieft om volledig gericht te zijn op u en op hetgeen u van ons vraagt. Ik vertrouw erop dat u ons telkens weer zult zegenen, maar breng ons daarbij steeds in gedachten waarom u gekomen bent en leer ons om echte volgelingen van u te zijn.
* Klaagliederen 3:22-24

maandag 9 april 2007

Zodat er niets verloren gaat

Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen. Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’ Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’ Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden. Toen iedereen volop gegeten had zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’ Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten. Johannes 6:5-13

REFLECTIE

Arme Filippus. Hij heeft een Meester die alles weet en alles kan, maar nu vraagt hij toch echt om het onmogelijke. “Vriend, zit er nog een beetje rek in ons budget? Denk je dat we nog wat geld over hebben om deze massa hongerige mensen te voeden?”
Filippus zucht. Zelfs met acht maandsalarissen zou het niet lukken om elk van deze mensen een enkel hapje te geven! Deze uitdaging is gewoonweg te groot, zelfs voor een trouwe, toegewijde leerling.
Gelukkig heeft Andreas een helder idee. Hij heeft de voorraad geïnventariseerd. Ha, goed nieuws! Andreas heeft een kleine jongen gevonden die zijn lunchpakketje wel wil delen. Wat kunnen we daarmee doen? Eens denken, als je vijf gerstebroden en twee vissen deelt door vijfduizend, dan… Nou ja, waar zijn we eigenlijk mee bezig? Dit is een belachelijk idee!
Oké, laten we dan proberen om dit samen op te lossen. Eens even rustig nadenken. Wat hebben we hier... een mensenmenigte en heel veel gras. Maar daar kunnen we alleen schapen een plezier mee doen. Wat hebben we nu echt nodig? Een machtige Meester die zijn zegeningen in een handomdraai vermenigvuldigt terwijl zijn verbouwereerde en hopeloos verdeelde leerlingen een beetje mogen assisteren bij de voedseldistributie.

GEBED
Lieve Jezus, soms lijkt het er wel op dat u het gewoon leuk vindt om ons voor een onmogelijke taak te stellen. Hoe kunnen we ooit alle individuele mensen op deze planeet bereiken? We voelen ons radeloos en machteloos en staan soms bijna op het punt de opdracht aan u terug te geven. Toch is dit precies wat u van ons vraagt: “Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend!”
Als ik denk aan de menskracht, het materiaal en de financiële middelen die we hiervoor nodig hebben, begin ik niet eens aan dit werk. Misschien kan ik deze levensgrote uitdaging beter in uw machtige handen geven? Gebruik ons Heer om niet een paar bevoorrechten, maar alle mensen te eten te geven. We rekenen erop dat u opnieuw het onvoorstelbare zult doen om dit mogelijk te maken. Daarom bieden we u dankbaar onze lunchpakketjes aan zodat u onze bescheiden bijdragen wonderlijk kunt vermenigvuldigen.

zondag 1 april 2007

De hemel is een geschenk, geen verdienste

U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij, maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. Joh. 5:39,40

REFLECTIE
We kunnen zo gericht zijn op bijbelstudie en het verkrijgen van kennis dat we vergeten dat geloven allereerst een kwestie van luisteren en vertrouwen is. Natuurlijk moeten we in ons leven veel verstandige beslissingen nemen, maar de belangrijkste keuzes over liefde en leven maken we toch vooral met ons hart.
Net als de joodse leraren van de wet gaan we vaak op zoek naar aanwijzingen en proberen we de grote geloofskwesties in stukjes te breken om er wijs uit te kunnen worden. Maar als we zo te werk gaan, vergeten we dat ons geloof ons met de grootste mysteries van het leven en met Gods eeuwige wijsheid confronteert. We kunnen deze dingen slechts bezien vanuit een heel beperkt, mensenlijk perspectief. Waarom vinden we het toch zo moeilijk om ons gewoon aan Jezus over te geven en waarom kunnen we niet eenvoudig accepteren dat hij de enige bron van leven is? Kom bij Jezus met een berouwvol hart, vraag hem om vergeving, aanvaard zijn geschenk van genade en eeuwig leven. De hemel is een geschenk, geen verdienste. Je hoeft alleen maar 'Dank u, Heer Jezus!' te zeggen en de deur zal voor je opengaan.

GEBED
Lieve Heer, u gaf ons verstand en een wil om keuzes te maken. Er zijn zoveel goede dingen die wij met onze hersenen kunnen doen, maar vaak gebruiken we ons verstand vooral om te piekeren en wakker te liggen over relatief onbelangrijke dingen. Hier gaat het ten diepste om: u nam al onze schulden en droeg ze weg aan het kruis. Ik geloof met heel mijn hart dat u de dood verslagen hebt door na drie dagen uit het graf op te staan. Ik geloof dat u de Zoon van God bent en dat u alleen ons eeuwig leven kunt bieden. Diep in mijn hart heb ik een keuze gemaakt, ik heb mezelf overgeven aan uw liefde en ik wil u vol vertrouwen volgen. Begrijp ik dan altijd hoe u werkt? Nee, dat doe ik niet. Maar ik geloof dat Gods wegen hoger zijn dan mijn wegen en ik vertrouw u als mijn levensgids. Help me om andere mensen over u te vertellen; laat velen van hen hun harten openen voor uw boodschap van liefde zodat ook zij uw geschenk van genade en eeuwig leven mogen ontvangen!

maandag 26 maart 2007

Het is een feit!

Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.
Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven.
Johannes 5:24,25

REFLECTIE
De Waarheid verkondigt de waarheid - Geen twijfel aan mijn Heer Jezus Christus! Vandaag ga ik in vast vertrouwen op weg. Ik heb de woorden van mijn Heer verstaan en ik geloof dat Hij de absolute waarheid over zijn Vader verteld heeft. Ik ben niet perfect in de ogen van andere mensen en ik weet dat ik verre van volmaakt ben in mijn eigen ogen. Mijn hart blijft mij vaak veroordelen, maar God is veel groter dan mijn hart en ik ben geheiligd in Christus. Ik sta op Gods beloften en ben niet te trots om zijn geschenk met beide handen aan te nemen. Vandaag wil ik een levend bewijs van genade zijn: Jezus leeft in mij!

GEBED
Ja, Vader, het is een feit! Uw Zoon sprak de waarheid en niets dan de waarheid. U hebt hem de woorden gegeven en de autoriteit om de waarheid daarvan met kracht te onderstrepen. Alsof zijn uitspraken al niet indrukwekkend genoeg waren, deed Hij wonderen om de laatste sporen van twijfel weg te nemen. Met mijn hele hart geloof ik in zijn kracht en ik heb het wonder van nieuw leven ontvangen. Heer, geef me het vertrouwen om te blijven staan op uw beloften; geef me de zekerheid dat U mij niet veroordeelt, geef me de overtuiging dat mijn ziel al veilig aan de andere kant van de grote kloof is aangekomen. Het is nog slechts een kwestie van tijd en dan zal alles hersteld zijn. Terwijl ik wacht op de vervulling van al uw beloften, zie ik de voortekenen van de eeuwige glorie die op ons wacht. Ja, ik zie uit naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar gerechtigheid woont!

maandag 19 maart 2007

Wachten op het wonder

Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden.
Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Johannes 5:1-9

REFLECTIE
‘Wilt u gezond worden?’ Lieve Jezus, waarom stelde U zo'n merkwaardige vraag? U zag deze invalide man daar liggen en U wist hoe lang hij al ziek was - welk antwoord verwachtte U van hem te horen? Natuurlijk wilde die arme kerel beter worden! Er moet iets zijn wat ik over het hoofd zie, er moet een of ander geheim verborgen liggen in uw vreemde vraag… Hoe dan ook, ik vertrouw erop dat uw woorden liefdevol en vriendelijk klonken, want zo ken ik U!
Ik kan deze vreemde dialoog alleen begrijpen wanneer ik me verplaats in de situatie van de verlamde man. Als ik me probeer voor te stellen hoe het moet zijn om zo lang op een wonder te wachten, kan ik begrijpen dat je er uiteindelijk niet meer in gelooft. Maar deze eenzame, zieke man had geen keuze – hij kon alleen nog hopen op een dubbel wonder. Eerst had hij een medemens nodig die hem in het badwater zou laten zakken wanneer dit in beweging kwam; daarna had hij een wonder van God nodig om in dat water te genezen. Realistisch gezien is zo'n gecombineerd wonder niet te verwachten. Maar daar ligt de man, wellicht nog altijd hopend op een wonder, misschien alleen berustend in zijn hopeloze situatie. Wie weet had hij de moed al lang geleden opgegeven en had hij zich geschikt in zijn lot. En plotseling bent U daar: God-in-mens die naar hem omziet...

GEBED
Lieve Jezus, zonder uw genade ben ik een hopeloos geval. Ik hoef U niet te vertellen hoe uitzichtloos mijn situatie is, want dat weet U wel. Toch stelt U mij deze pijnlijke vraag: ‘Wil je gezond worden?’ Welk antwoord verwacht U van me, Heer? Ik ben niet te trots om mijn hulpeloosheid toe te geven. Ik ben reddeloos verloren zonder U! Ja, Heer, ja! Ik wil graag bevrijd worden van de verlammende zonde die mij gevangen houdt! Laat mij niet kansloos achter, zoals mijn medemensen doen die geen raad meer weten met mijn situatie. Zie naar mij om Heer, vraag naar de bekende weg, breng het water van genezing in beweging en red me door uw genade!
Heer, ik wil de moed niet opgeven en mijn droom niet loslaten. Ik geloof nog altijd in een perfecte wereld, ik geloof nog steeds dat we op een dag allemaal volledig genezen zullen zijn. Wat een dag zal dat zijn! Tot het zo ver is, vraag ik U om onze kracht te herstellen, onze hoop te vernieuwen, onze geest te versterken en - dat is het allerbelangrijkste - onze verloren zielen te redden!

zondag 11 maart 2007

Geloof Hem op zijn woord

Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar hij van water wijn had gemaakt.
Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen. Jezus zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’ Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’ ‘Ga maar naar huis,’ zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg. En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was. Hij vroeg hun sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’ De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had ‘uw zoon leeft’. Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten. Dit deed Jezus toen hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken. Johannes 4:46-54

REFLECTIE
Volgens Johannes was de genezing van de zoon van de hoveling Jezus' tweede wonderteken. Het eerste wonder verrichtte Jezus tijdens de bruiloft te Kana, waar hij water in wijn had veranderd. Johannes wijst met nadruk op deze wondertekenen, omdat we gemakkelijk onder de indruk komen van spectaculaire gebeurtenissen, terwijl we voorbijgaan aan het doel en de diepere betekenis van dergelijke wonderen.
Sta eens stil bij de eerste reactie die Jezus geeft wanneer de hoveling hem aanspreekt. Deze wanhopige vader was van Kafarnaüm naar Kana gekomen om Jezus uit te nodigen voor een bezoek aan zijn huis, om daar zijn doodzieke zoon te genezen. Jezus zei tegen hem: “Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet.” Vergeet niet dat deze woorden in het juiste verband gelezen moeten worden. Jezus was zojuist teruggekeerd uit Samaria, waar de mensen hem hadden aanvaard als de Christus, de Redder van de wereld. Maar in dit gebied, in zijn eigen thuisland, werd Jezus door zijn Galileese volksgenoten niet geaccepteerd. Jezus werd in zijn vaderland niet geëerd – men wilde alleen een wonder zien of een spectaculaire schoonmaakactie meemaken, zoals in de tempel. Maar deze keer gebeurt het wonder buiten het gezichtsveld van de nieuwsgierige menigte. De bezorgde vader geloofde Jezus op zijn woord en vertrouwde erop dat de Heer zijn zoon op afstand kon genezen, gewoon door te zeggen: “Ga maar naar huis. Uw zoon leeft.”

GEBED
Trouwe Heer, dank u voor dit prachtige geloofsgetuigenis van een vader – we weten niet eens hoe hij heet – maar u verhoorde zijn gebed zonder de op sensatie beluste toeschouwers een aanleiding te geven om alleen maar over u te praten. Soms raakte u mensen aan, soms probeerde zij zo dicht mogelijk bij u in de buurt te komen om aangeraakt en genezen te worden – maar in dit geval verrichtte u een wonder op afstand. Vandaag kunnen wij niet lichamelijk bij u in de buurt komen, maar wij willen uw aanwezigheid zoeken met het oprechte geloof van deze vader. Wij vertrouwen erop dat u nog steeds wonderen op afstand kunt doen en dat u onze zuivere motieven herkent wanneer wij u benaderen met een eerlijk gebed. Wij kunnen u niet zien met onze menselijke ogen, maar we weten dat we u nog altijd op uw woord kunnen geloven.

zondag 4 maart 2007

Vergeet je waterkruik

De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. Johannes 4:28-30

REFLECTIE
Ik moet nog zoveel doen. Mijn hoofd loopt over van belangrijke zaken en mijn agenda staat vol met afspraken, vergaderingen, verplichtingen. Soms word ik zo moedeloos van dat gejaag en gezwoeg - er zijn dagen dat ik alles van me af wil gooien; dagen dat ik neer wil ploffen om de drukte te vergeten en even niets meer te moeten!
Wie zit daar bij de bron? Zal ik hem aanspreken? Zal hij de tijd en moeite nemen om naar mij te luisteren?
Jazeker - ik vertrouw hem. Hij hoeft maar iets te vragen en ik stort mijn hele hart bij hem uit. Leeg ben ik, volkomen uitgeput. Maar hij heeft me door - en het vreemde is: zijn aanwezigheid en woorden zijn niet bedreigend maar bevrijdend! Ik kies ervoor om hier neer te knielen. Alles weet hij, alles mag hij van me weten. Niets is nu belangrijker - ik kom op verhaal bij mijn Redder en Heer en zie de weerspiegeling van zijn hemelse schoonheid door mijn tranen heen.

GEBED
Dank u, lieve Jezus. Ik mag eerlijk zijn en hoef voor u niets geheim te houden. U luistert aandachtig en bevestigt wat ik diep in mijn hart al weet: ik ben verkeerd bezig. Toch verdrinkt u mij niet in een woordenvloed van veroordeling, maar spoelt u mij schoon met een verkwikkend bad van vergeving. Nog nooit heb ik me zo bevrijd en vervuld gevoeld!
Wat zou ik me nog druk maken? Uw woorden zijn zo hemels, dat ik los kan komen van al die aardse dingen die nog maar kort geleden van levensbelang leken. Uw liefde werkt zo genezend, dat ik me niet langer in kan houden! Na zo'n bad van liefde moet ik wel overeind komen, alles achterlaten en anderen gaan vertellen dat de Redder gekomen is. U bent mijn onuitputtelijke bron van vergeving, blijdschap en vrede en iedereen mag dat weten!

Vergeet je waterkruik
Vergeet je waterkruik
Wie denkt nog aan drinken
Als de Levensbron Zelf
Met woorden van liefde
Je hart heeft gevuld?

Vergeet je waterkruik
Nu gaat het om jou, vrouw
Loop over van blijdschap

Verlies je beheersing
Verdrink elke traan

Vergeet je waterkruik

Blijf niet langer zitten
Hij Zelf richt je op
Je hart is genezen
Gevuld tot de rand


Vergeet je waterkruik
Wat heb je nog nodig?
Ren naar de stad
Vertel alle mensen

De Redder is hier!